Voor de Grand Prix van Tours van de Automobile Club de France ontwierp Ettore Bugatti speciaal een nieuw model: de T32. De tweeliter achtcilinder lijnmotor leverde 90 pk. Het de gestroomlijnde aluminium carrosserie was dit in 1923 een puur avant-gardistische auto, met een topsnelheid ruim boven 180 km/u.
Bugatti was door de gestroomlijnde voertuigen van Voisin op het idee gekomen. De T32’s waren echter niet al te succesvol. De race werd overschaduwd door problemen met de auto’s. De T32 was wel snel, maar zeer eigenzinnig door het vage besturingskarakter. De korte wielbasis, het lage gewicht en de vormgeving van de carrosserie maakten de auto instabiel op hoge snelheid. De T32 # 11 met Baron Pedro de Vizcaya viel al vlak na de start van de race uit door een ongeluk. De tweede # 16 van Pierre Marco viel uit na drie ronden en de derde # 18 van de Prince de Cystria na twaalf ronden. Slechts één van de vier auto’s, de # 6 met Ernest Friedrich, was succesvol en finishte zeer verdienstelijk op een derde plek algemeen. Het Franse Slotcarmerk met veelal Franse modellen brengt alle vier de modellen uit van de race in Tours in 1923. De modellen zijn zijn met aandacht voor detail vervaardigd en zitten in een fraaie box. In de auto wordt de coureur geflankeerd door zijn bijrijder/monteur. De prijs voor dit moois is € 127,99 per stuk. (BSi)

tank 1